menu ☰ menu search

Historie

Historie Vlieland

Men denkt dat het uiteindelijke Vlieland door mensenhanden is ontstaan. In 1230 schonk Willem de Tweede ‘Insula Fle’ aan een klooster Ludinga uit Achlum. Het klooster had toen bootverbindingen met het oosten van het eiland via de Flevostroom (het Vlie, vandaar de naam van het latere Vlieland). De monniken waren echter meer geïnteresseerd in de westzijde van het eiland, omdat zich daar het gecultiveerde veengebied de Moerwaard bevond. Daarom besloten de monniken eigenhandig het kanaal de Monnikensloot te graven, wat vanuit de Flevostroom naar de Moerwaard liep. Dit kanaal was mede de oorzaak van een gigantische overstroming van de Moerwaard toen in 1296 een storm over het gebied woedde. Zo kwam Harlingen aan zee te liggen. Er ontstonden twee eilanden die in 1314 officieel als afzonderlijk werden beschouwd: Vlieland en Eierland.

Historische Ontwikkelingen

Historie Vlieland

Vroeger lag Vlieland een stuk noordelijker dan tegenwoordig. Vooral met de westpunt stak ze uitdagend ver buiten de kustboog uit. De ligging was toen echter nog in evenwicht met de stromingen van de zee. In de 17e eeuw veranderden deze stromingen en werd het evenwicht verstoord. Binnen 20 jaar waren de duinen in het westen door de zee weggeslagen en kwam West-Vlieland vervaarlijk dicht aan de kust te liggen. De meeste bewoners voelde het gevaar aankomen en het dorp trok leeg. Uiteindelijk werd de gehele westelijke nederzetting door de zee verzwolgen.

Bestaan en Ontwikkeling

Historie Vlieland Historie Vlieland

Kijkend naar de handel in Vlieland, lag eerst het economisch zwaartepunt in West-Vlieland. Vanwege de ontgonnen veengebieden vond hier veel landbouw en visserij plaats. Later, door het ontstaan van het Eierlandse Gat richtte men zich meer op koopvaardij en walvisvaart. Ondertussen lag Oost-Vlieland aan de Vlie en men ontdekte steeds meer handelsvoordelen aan deze ligging. Oost-Vlieland lag in de luwte, waardoor handelszeilschepen hier een veilige haven hadden om op een gunstige windrichting te wachten. In de 17e eeuw stond Oost-Vlieland aan de top van haar bloei in de handel. Voor de Nederlanden was Vlieland een belangrijke toegangspoort voor de Hanzehandel (handelsverbond tussen havens aan de Oostzee) op de Oostzee landen en later voor de routes naar koloniale gebieden in Azie en Amerika. West-Vlieland verdween op dit moment in de golven. Helaas besloot de Vlie zich ten nadele van Oost-Vlieland toen te verschuiven naar Terschelling. Oost-Vlieland kreeg hier alleen zandbanken voor terug. Dit was dus het einde van het belang van de Vlie voor de scheepvaart van Vlieland. In het eeuwig gevecht tegen de zee werd in 1825 de Waddendijk aangelegd bij Vlieland. Deze dijk bewees echter te laag te zijn, het water spoelde erover heen Oost-Vlieland binnen. Toch werden er pas eind 19e eeuw nieuwe dammen van 200-300 m. lengte gebouwd. Dit was een enorm werk aangezien rijshout, palen, puin en basaltsteen met zeilschepen moesten worden aangevoerd naar de haven. Van daaruit namen paard en wagen de vrachten mee over wad en door duinen naar het strand. Het bouwen werd met de hand gedaan in de tijden van laag water. Zo begon de slag tegen de sterke ebstroom om strandafslag te voorkomen. In 1921 heeft de provincie Noord-Holland overwogen om vanwege de hoge kosten van de kustbescherming en daarentegen het lage inwoner aantal het eiland Vlieland te ontruimen. Rijkswaterstaat verzette zich echter hiertegen, omdat voor de werkzaamheden op het eiland mensen nodig waren. Om Vlieland in stand te houden heeft Rijkswaterstaat toen besloten een deel van het begrotingstekort van de gemeente Vlieland op zich te nemen.